Europa steunt boerenpaarden
Belgische boerenpaarden. Voormalig wielrenner Chris Musseeuw is er zot van. Hij organiseert huifkartochten, met steun van Europa
Ik ben de neef van Johan Musseeuw. Ik koerste vroeger ook. Ik won enkele wedstrijden zoals de E3-prijs. Ik zei het wielrennen vaarwel omdat ik viel tijdens een sprint. Ik kwam met mijn knie tegen het wiel van een ander renner. Het was een stom ongeluk. Mijn knie was volledig kapot. Ik moest maandenlang revalideren. Het was ook een mentale strijd. In die tijd kwam epo in het peloton. Na mijn revalidatie begon ik opnieuw wedstrijden te rijden, maar ik haalde mijn niveau niet meer. Dat kwam hard binnen bij mij. Uiteindelijk stopte ik er mee. Gelukkig was ik toen al met paarden bezig. Ze waren mijn redding. We hebben naast trekpaarden ook koerspaarden. Daar heeft mijn liefde voor het wielrennen ook mee te maken. De drafsport lijkt erop. Je kweekt karakter. Je blijft doorzetten en je mag niet opgeven. Dat heb je ook nodig als je met paarden bezig bent. Ik ben soms vijftien uur aan het werk. Daarvoor heb je karakter nodig. Je moet iedere dag, door weer en wind je paarden verzorgen. Het is harde stiel.Enkel jaren geleden vroegen we Europese subsidies aan. Ze gaven ons een duwtje in rug. We kochten huifkarren aan en een geluidsinstallatie en ook voeding. Dankzij de subsidies werden we rendabel. Die subsidies aanvragen is wel veel te ingewikkeld. Je moet een goed dossier indienen. Mijn vrouw heeft dat gelukkig gedaan, maar we waren daar toch een tijd aan bezig en dat kost geld. Ik ben veel met paarden bezig. Het begon bij mijn opa. Hij was een grote paardenhandelaar en had zo’n 300 paarden. Mijn vader leerde daar de kneepjes van het vak. Die kennis heeft hij dan aan mij doorgegeven. Het vraagt veel tijd. Vakantie nemen kan je niet. Ik zeg altijd dat een mensenleven veel te kort is om een paard te leren kennen. Een paard is heel mysterieus, intelligent dier. Het is een microbe.
Als je het niet graag doet, dan moet je stoppen. Wij leren
onze paarden zelf op. Dat is ook het mooiste aan de stiel. Wij kopen jonge
paarden en we leren hen vanaf het begin op. Het duurt zeven jaar vooraleer je
een volwaardig paard hebt. Er kan veel gebeuren in die periode. We zijn financieel afhankelijk van de
gezondheid van onze paarden. Ik vergelijk het altijd met een schrijnwerker. Als
zijn boormachine stuk is, dan gaat hij naar de winkel en koopt hij een nieuw
toestel. Wij kunnen dat niet. Als een paard sterft, dan zijn we
onze inkomsten kwijt. We hebben dat nog niet meegemaakt. Laat ons hopen dat het
ook nooit gebeurd. We hebben drie tochten. We
zitten hier in Handzame, een echt natuurjuweeltje. Je ziet niet alleen de natuur,
maar ik kan ook veel vertellen over de geschiedenis hier. 90% van onze gasten
zijn Vlamingen, maar we hebben ook buitenlandse gasten En geloof het of niet,
maar de helft van hen weet niet eens waar melk vandaan komt! Dus ze zijn echt
geïnteresseerd in wat we hier doen. Ik heb al een paar bizarre momenten meegemaakt in de afgelopen vijftien jaar. Ooit vroegen ze ons voor een huwelijk. Normaal ben je maanden bezig met de voorbereiding van jouw huwelijk. Wij werden op een woensdagavond gebeld om een huwelijk te verzorgen. Het feest vond twee dagen later plaats. Wij vonden het nogal kort dag maar we stemden toch in om het te doen. Blijkbaar waren het twee Japanners die gingen trouwen. Iedereen was gekleed in traditionele Japanse kledij. De communicatie verliep moeilijk. We kwamen aan met twee Belgische boerenpaarden. De monden vielen open. Ze hadden nog nooit een boerenpaard gezien. In plaats van foto’s te nemen van het echtpaar, waren ze foto’s aan het nemen van de paarden.
Hilde Vautmans, Europarlementslid voor Open VLD, vindt de subsidies een goede zaak. “Het is goed dat Europa dicht bij het volk staat. Mensen zeggen dat wij niks voor hen doen. Het is een geldmachine. Dat is niet het geval. We staan dichter bij de burgers dan je in de eerste plaats zou denken. Met het Leader-project stimuleren we de plattelandsontwikkeling in de gebieden die het moeilijk hebben.”
Ze benadrukt ook dat het belangrijk is om te blijven investeren in plattelandsontwikkeling. “Je moet investeren in de hele gemeenschap en dus ook in het platteland. Er zijn in Europa nog altijd een aantal gebieden die het moeilijker hebben. Vlaanderen en België hebben het beter dan andere gebieden in Europa, het is een goede zaak van Europa om alle burgers te bereiken.”
Subsidies aanvragen is volgens Vautmans ingewikkeld. “Als je de landbouwsubsidies wilt krijgen, dan moet je een prof in de landbouw zijn. Het is te ingewikkeld voor keline bedrijven of scholen. Er zijn veel te veel regels. Ik hamer er al een hele tijd op om de aanvraag soepeler te maken.”Ik geloof dat het kan.”, aldus Vautmans.
